Goede voornemens voor studenten: zo houd je ze vol

Auteur: Daphne Hijzen

Veel studenten beginnen het nieuwe jaar met goede voornemens. Misschien wil je minder uitstellen, studiestof beter bijhouden, vaker naar colleges en werkgroepen gaan of je voorbereiding verbeteren. Helaas blijkt uit onderzoek dat de meeste goede voornemens al binnen enkele weken sneuvelen (Norcross, Ratzin & Payne, 2002). Het goede nieuws is dat je met een slimme aanpak wél je doelen kunt behalen. In dit artikel ontdek je hoe je je studiegewoonten kunt verbeteren, uitstelgedrag kunt voorkomen en je goede voornemens als student daadwerkelijk volhoudt.

Waarom goede voornemens voor studenten vaak mislukken

Veel studenten maken de fout om hun doelen vaag of te ambitieus te formuleren. “Ik ga beter studeren” klinkt goed, maar geeft je geen concreet plan van aanpak. Daarnaast speelt zelfregulatie een belangrijke rol. Zelfregulatie betekent dat je je gedachten, emoties en gedrag bewust kunt sturen richting een doel (Zimmerman, 2000). Uitstelgedrag ontstaat vaak niet uit luiheid, maar omdat je tijdelijk negatieve gevoelens zoals stress of onzekerheid wilt vermijden (Steel, 2007). Daardoor schuif je studietaken steeds voor je uit.

Zo houd je je goede voornemens vol

Het geheim van succes ligt in concrete acties en routines. Specifieke doelen zijn veel effectiever dan algemene voornemens (Locke & Latham, 2002). In plaats van “ik ga mijn studiestof bijhouden” kun je zeggen: “Elke maandag en donderdag van 13.00 tot 15.00 uur werk ik de stof van die week bij.” Dit geeft structuur en maakt het makkelijker om vol te houden.

Daarnaast helpen implementatie-intenties: concrete als-dan-plannen die bepalen wat je doet in lastige situaties (Gollwitzer, 1999). Bijvoorbeeld: “Als ik geneigd ben een college over te slaan, dan herinner ik mezelf aan mijn weekplanning en ga ik toch.” Dit verkleint de kans dat je uitstelgedrag vertoont en maakt je gedrag meer automatisch.

Gewoontes zijn ook belangrijk. Door vaste studietijden en -plekken te hebben, wordt studeren een routine. Zo kost het minder mentale energie en wordt het makkelijker om consistent te zijn (Lally, van Jaarsveld, Potts & Wardle, 2010).

Aanwezigheid bij colleges en werkgroepen is cruciaal voor studieprestaties. Studenten die regelmatig aanwezig zijn en zich goed voorbereiden, begrijpen de stof beter en zijn actiever tijdens het onderwijs (Credé, Roch & Kieszczynka, 2010). Het maakt een groot verschil of je passief luistert of actief meedoet en aantekeningen maakt.

Zelfcompassie helpt je om vol te houden, zelfs als je een terugval hebt. Studenten die zichzelf te hard bekritiseren wanneer ze hun voornemens niet halen, raken sneller gedemotiveerd. Wie mild is voor zichzelf, blijft eerder gemotiveerd en leert van fouten (Sirois, Yang & van Eerde, 2015).

Praktische tips voor studenten

Om je goede voornemens vol te houden, begin je klein. Deel studietaken op in korte blokken en plan vaste momenten om te studeren. Leg afleidingen zoals sociale media bewust weg en koppel studeren aan je persoonlijke doelen, bijvoorbeeld je toekomstige beroep. Samen studeren of begeleiding zoeken kan helpen om gemotiveerd te blijven en structuur te houden.

Conclusie

Goede voornemens zijn voor studenten een krachtig startpunt, maar ze hebben alleen effect als ze concreet, haalbaar en ondersteund door routines zijn. Door doelen specifiek te maken, je studieplanning consequent uit te voeren en mild te zijn voor jezelf, kun je uitstelgedrag verminderen, je aanwezigheid bij colleges verbeteren en je studiegewoonten blijvend versterken. Coaching kan een extra ondersteuning bieden om je voornemens om te zetten in concrete resultaten.

Bronnenlijst

Credé, M., Roch, S. G., & Kieszczynka, U. M. (2010). Class attendance in college: A meta-analytic review of the relationship of class attendance with grades and student characteristics. Review of Educational Research, 80(2), 272–295. https://doi.org/10.3102/0034654310362998

Gollwitzer, P. M. (1999). Implementation intentions: Strong effects of simple plans. American Psychologist, 54(7), 493–503. https://doi.org/10.1037/0003-066X.54.7.493

Lally, P., van Jaarsveld, C. H. M., Potts, H. W. W., & Wardle, J. (2010). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998–1009. https://doi.org/10.1002/ejsp.674

Locke, E. A., & Latham, G. P. (2002). Building a practically useful theory of goal setting and task motivation. American Psychologist, 57(9), 705–717. https://doi.org/10.1037/0003-066X.57.9.705

Norcross, J. C., Ratzin, A. C., & Payne, D. (2002). Ringing in the new year: The change processes and outcomes of resolutions. Addictive Behaviors, 27(3), 353–371. https://doi.org/10.1016/S0306-4603(01)00175-6

Sirois, F. M., Yang, S., & van Eerde, W. (2015). Development and validation of the General Procrastination Scale. Journal of Behavioral Medicine, 38(3), 452–464.

Steel, P. (2007). The nature of procrastination: A meta-analytic and theoretical review. Psychological Bulletin, 133(1), 65–94. https://doi.org/10.1037/0033-2909.133.1.65

Zimmerman, B. J. (2000). Attaining self-regulation: A social cognitive perspective. In M. Boekaerts, P. R. Pintrich, & M. Zeidner (Eds.), Handbook of self-regulation (pp. 13–39). Academic Press.